Naar muziekbijlagen >>


Links

Zoeken


Kwaliteit in Kerkmuziek

Spelen met je talenten, of met meer?

Orgelspelen is – net als andere vormen van muziekbeoefening – een creatieve vaardigheid, ook in de eredienst. Een zeker muzikaal talent is daarvoor wel noodzakelijk.
Mag iedereen (orgel)spelen met de talenten die hem gegeven zijn? Of gelden daarnaast bepaalde regels en minimale eisen aan het orgelspel in de eredienst? En wie bepaalt deze dan? De organist, de (luisterende) gemeente, de kerkenraad, of geen van allen?

De VOGG vindt het belangrijk dat er binnen de gereformeerde gezindte aandacht is voor (theologische) bezinning op kerkmuziek. Haar visie op kerkmuziek staat uitgebreid omschreven in het Beleidsplan VOGG 2005 – 2010.

Zo goed mogelijke kwaliteit

Om een aanzet te geven tot bezinning op kerkmuziek stelt de vereniging dat het orgelspel en alle kerkmuziek een zo goed mogelijke kwaliteit moet hebben:

Wat is een kwalitatief hoogwaardig niveau?

Muziek beluisteren en er een waarde-oordeel over geven, blijft altijd een subjectieve aangelegenheid. Wat de een mooie en goede muziek vindt, kan voor de ander teleurstellend zijn. Toch is het niet alleen een gevoelskwestie. Er is wel degelijk een aantal stelregels voor kwalitatief goede (kerk)muziek. Muziek maken en beluisteren is immers een vorm van communicatie. Dit geldt in het bijzonder voor de eredienst, waarin organist en gemeente met elkaar musiceren om God te loven. In de communicatie gelden regels, bijvoorbeeld over duidelijkheid in de boodschap, over vorm en stijl, over de juiste toepassing van grammaticale regels.

Als de VOGG met voorwaarden voor goede kerkmuziek komt, moeten die dan ook in dit kader gelezen worden. Over regels voor communicatie in het algemeen zijn al honderden boeken geschreven. Het spreekt dan ook voor zich dat de VOGG met haar richtlijnen voor goede kerkmuziek niet volledig kan en wil zijn. De punten vragen om bezinning, gesprek en toelichting / concretisering. Organisten kunnen bijvoorbeeld op verschillende niveaus met deze aandachtspunten werken. Zo kan een organist die zich goed voorbereidt op de dienst met smaak uit een goed koraalboek spelen. Een andere organist heeft weer de gave (en scholing) om zelf de psalmen en gezangen op de juiste wijze te harmoniseren. Beide manieren zijn waardevol.

Enkele richtlijnen:

De kwaliteit van kerkmuziek gemaakt door de organist, is goed als hij/zij:

Lees meer hierover in het Beleidsplan VOGG 2005 – 2010.

Veel van bovengenoemde aspecten komen aan de orde in een cursus of opleiding Kerkmuziek. Ook creatieve vaardigheden verbeteren namelijk door scholing. Het vak van kerkorganist is daarnaast een vorm van roeping. Technische muziekkennis kun je leren in een cursus, bevindelijke geloofskennis (van de psalmen en gezangen) niet. Wel kan vanuit enthousiasme (Gr. : vervuld van, bezield door een god) voor de Schepper de behoefte ontstaan om de kennis van de muzikale taal door studie te vergroten.